De
twee manches van het « International youth tournament »
waren niet bepaald succesvol te noemen voor de Belgische spelers. Enkel
Florence De Vrye slaagde erin om een kwartfinale te bereiken. Ze beantwoordde
enkele van onze vragen na haar wedstrijd in de derde ronde.
Florence, eerst en vooral onze felicitaties.
Dank u.
Je bereikt dus de kwartfinales, was dat een
doel voor jou als reekshoofd in dit tornooi ?
Ja, dat is wat ik wou. Anderzijds kende ik de andere speelsters niet echt,
en wist ik niet wat ik moest verwachten. Ik had dus niet echt een doel
in de vorm van een resultaat dat ik wou bereiken, maar ik wilde wel zo
ver mogelijk raken. En vooral: het belangrijkste was om goeie matchen
te spelen en beter te worden.
Je deed het hier alleszins beter dan in Anderlecht
waar je verloor in de eerste ronde. Wat gebeurde daar?
Aan het begin van de match speelden we allebei erg goed, en mijn tegenstander
won de eerste set slechts nipt. In de tweede set begon ik lichtjes beter
te spelen dan haar, en de match te domineren. Maar toen kwam er een lange
regenpauze, en toen we terug verder speelden kwam ik er niet meer aan
te pas.
Was dat een teleurstelling?
Ja, echt wel. Langs de andere kant was het wel bemoedigend om te zien
dat ik haar tot drie sets kon dwingen en dat ze vervolgens de kwartfinales
haalde. Ik had dus net zo goed in haar plaats kunnen zijn.
Morgen (nvdr : op donderdag) speel je tegen
het eerste reekshoofd en het nummer 5 van Europa, Raluca Olaru. Ken je
haar?
Ik heb de kans gehad om met haar te trainen in Anderlecht. Laten we zeggen
dat dat een... interessante match wordt. Het zal er vooral op aankomen
om tot het uiterste te gaan en te vergeten dat zij het eerste reekshoofd
is.
Laten we het eens over jouw tennis hebben :
wanneer ben je beginnen te spelen ?
Toen ik vier jaar was, maar in het begin ging het vooral om het psychomotorische.
Echt spelen begon ik op 6 jaar.
Speelde er al iemand in je familie?
Mijn neef, Arnaud Fontaine, is Belgisch kampioen geweest (Nvdr :
in 1998 en 2000). Het was tijdens het bijwonen van één
van zijn matchen dat ik een déclic kreeg, dat ik wist dat het dat
was wat ik wou doen.
En waar train je tegenwoordig ?
Ik speel binnen de Federatie maar ik zit niet op internaat. In train drie
uur per week regionaal, in Waterloo, met Vincent Sottiaux, de ene helft
van de tijd met Caroline Hitimana en de andere alleen.
Daarnaast speel ik ook nog zeven uur per week in Bergen (twee uur op woensdag
en vijf uur op zaterdag), vooral met William Froidville.
Tenslotte helpt ook de BATD door 1h30 met me te trainen op dinsdag en
ik werk ook aan mijn fysiek na school of tussen twee trainingen.
Wat zijn je sterke punten vind je ?
Eerst en vooral de backhand, dat is veruit mijn sterkste slag. Ik speel
algemeen genomen met veel risico maar het is vooral mijn forehand die
minder regelmatig is. Het is een slag waarop ik de voorbije winter nochtans
hard gewerkt heb.
Heb je je techniek veranderd ?
Ja, ik had vroeger een veel langere voorbereiding waardoor ik nauwelijks
controle had over die slag. We hebben enorm hard gewerkt om die slag te
verkorten.
Wie zijn je favoriete spelers op het profcircuit ?
Ik hou enorm van Andy Roddick en Juan-Carlos Ferrero, ook al zijn het
heel verschillende spelers. En ook Kim Clijsers, omdat ik naar het schijnt
nogal op haar lijk.
Precies, de gelijkenis is treffend, stoort het
je dat je met haar vergeleken wordt ?
Nee, ik vind het net sympatiek.
Wat staat er de volgende weken op je programma?
Ik ga enkele toernooien in België spelen en ook wat interclubs: ik
wil de beste van Waterloo worden in derde nationale. Daarna ga ik pauzeren
want de examens komen er dan aan.
In welk jaar zit je?
In het vierde, maar ik heb al één jaar overgeslagen.
En daarna, ga je dan internationale toernooien
spelen?
Ik ga misschien eerst nog enkele -16-toernooien spelen tijdens de grote
vakantie. Daarna ga ik proberen om in de internationale toernooien mijn
eerste ITF-punten te pakken.
Frédéric M.
Vertaalster, An K.
Zie
de foto's van het toernooi
|